Er zijn van die dingen die ooit toevallig beginnen en daarna ongemerkt een traditie worden. Voor ons is dat wandelstokken maken.
Als we op reis gaan naar Oostenrijk, de Ardennen, een plek met bossen, bergen of riviertjes, of gewoon een bos dichter bij huis, zit er standaard een zakmes in ieders rugzak. Ook in die van onze kinderen. Het ene al wat eenvoudiger dan het andere, natuurlijk. We houden liefst allemaal onze vingers. Maar we nemen dus een zakmes mee. Schermen, speelgoed, batterijen, toestellen met een handleiding… die blijven thuis.
En ergens tijdens de reis gebeurt het vanzelf: dan wordt er langs een bospad een tak gevonden die goed voelt. Niet te dik. Niet te dun. Perfect. Een stok met wandelstok-potentieel.
De lengte wordt aangepast. De uiteinden netjes afgerond zodat het hout niet splijt. Bovenaan boren we een klein gaatje waar een koord door kan, zodat de wandelstok onderweg net zo goed deel van de uitrusting wordt als de drinkfles of het kompas.
Daarna begint het echte werk: schrapen, kerven, namen bedenken, symbolen toevoegen, figuren maken.
Wat ons iedere keer opnieuw fascineert, is hoe kalm het onze kinderen maakt. Ze worden van weinig rustig, maar van wandelstokken maken dus wel. En iedere keer opnieuw denk ik dan: hoe eenvoudig mag geluk eigenlijk zijn? Niemand vraagt hen om het wat rustiger aan te doen. Niemand zegt hen dat ze moeten zwijgen en zich concentreren. Ze zijn gewoon bezig met hun handen. Met iets échts maken.
Er kruipt veel werk in een goede wandelstok. Ze zijn er uren, soms dagen mee bezig. Terwijl wij koken, zitten zij verder te werken aan hun stok. Tijdens een aperitief onder een afdakje in de regen. Op een terras in een bergdorpje waar wij nog wat blijven hangen. Tijdens een korte pauze aan een rivier.
De wandelstok groeit mee met de reis. Net als de verhalen. Elke kras krijgt betekenis. Elke inkerving hoort bij een plek of een moment. Maanden later komt die stok dan nog eens opnieuw tevoorschijn en vertelt hij zijn verhaal weer.
"Mama, weet je nog toen papa op die berg was uitgegleden in de modder?" – en iedereen ligt opnieuw in een deuk. Of: "Kijk, toen we op plek X waren, heb ik die strepen gemaakt."
Die stok blijkt veel meer geworden dan een stuk hout. Hij is een herinnering, een die je af en toe terug kunt vastpakken.
Op verjaardagsfeestjes hebben we al eens wandelstokken gemaakt. Een groep kinderen samen, met een stapel takken en een paar zakmessen. Wat ik eerst had voorzien als een tussendoortje, bleek uiteindelijk de activiteit waar niemand mee wilde stoppen. Binnen een uur veranderde deze stapel takken in een verzameling unieke kunstwerken waar iedereen ongelooflijk trots op was.
Misschien is dat omdat kinderen diep vanbinnen nog perfect begrijpen wat wij volwassenen soms vergeten: dat je geen entertainment nodig hebt om een mooie dag te beleven. En dat een stok, een zakmes en een beetje tijd soms meer dan genoeg zijn.
Dat is ook waarom we het zo geweldig vinden. Omdat een wandelstok niet uit een winkel komt, maar uit een avontuur.
Er zijn geen regels - dat is misschien nog het mooiste eraan. Iedere wandelstok wordt uiteindelijk een klein stukje van het avontuur zelf. En jaren later, wanneer die stok ergens in een hoek van de garage staat of opnieuw meegaat op reis, blijken al die krassen en inkervingen veel meer waard dan perfect speelgoed of de nieuwste gadgets.
De mooiste herinneringen worden niet gekocht. Nee, ze worden gemaakt. Met vuile handen, een zakmes in de rugzak en een beetje tijd.
Stay Wild.
In ons bos vind je zéker een tak die bij je avontuur hier past. Maak er iets moois van!